Schoolwide Positive Behavior Support (SWPBS)

Schoolwide Positive Behavior Support (SWPBS) is een evidence based systeem dat zorgt voor een geïntegreerde schoolbrede aanpak, gericht op het bevorderen van gewenst gedrag van alle leerlingen binnen de school. Goed gedrag kun je leren!
SWPBS – kortweg PBS – richt zich op het versterken van gewenst gedrag en op het voorkomen van probleemgedrag. Het doel is een positieve, sociale omgeving te scheppen die het leren bevordert en gedragsproblemen voorkomt. PBS is een ‘kapstok’ waaraan alle schoolinterventies en methoden die met gedrag te maken hebben in een school opgehangen kunnen worden. Wat al aanwezig is en goed werkt in de school wordt geïntegreerd in PBS. Daardoor wordt de werking van deze ‘losse’ programma’s en methodes versterkt.
PBS richt zich op drie niveaus van de school: het primaire interventieniveau voor alle leerlingen in alle schoolsituaties (85-92%); het secundaire interventieniveau voor groepjes leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben om gewenst gedrag te kunnen ontwikkelen (7-10%); en op enkele leerlingen die een intensieve zorg voor gedrag nodig hebben (3-5%).
Uit onderzoek is gebleken dat deze totaalbenadering zeer doelmatig is. De ‘losse’ strategieën die scholen gebruiken, blijken zonder geïntegreerde, schoolbrede aanpak niet voldoende effectief te zijn.

De basiselementen van PBS

1. Leerlingen weten welk gedrag van hen wordt verwacht
Vanuit gemeenschappelijke waarden (zoals respect, veiligheid, verantwoordelijkheid) bepaalt het schoolteam gezamenlijk welk gedrag van kinderen wordt verwacht. Voor alle plekken in en om de school worden deze gedragsverwachtingen duidelijk benoemd en visueel gemaakt. Dus niet alleen in de klas, maar ook in de gangen, op het schoolplein en bij activiteiten buiten de school, weten de leerlingen welk gedrag er van hen verwacht wordt.
Alle medewerkers worden betrokken bij het formuleren van de waarden van de school en bij de uitvoering van de verschillende interventies. Zo wordt gewenst gedrag bekrachtigd door de leerkracht in de klas, maar ook door de conciërge op het schoolplein en de leesmoeder in de bibliotheek.
2. Gedrag wordt aangeleerd
In een PBS-school wordt gedrag gezien als een vak. Net als taal en rekenen wordt gedrag regelmatig geoefend en herhaald. Zo weten de leerlingen hoe het gedrag behorende bij de gedragsverwachting er concreet uitziet.
3. Gewenst gedrag wordt bekrachtigd
Om gedrag structureel te stimuleren, ontwikkelt de school een beloningssysteem dat door alle medewerkers van de school wordt gebruikt, in alle ruimtes van de school.
De aandacht voor ongewenst gedrag wordt minimaal gehouden. Teamleden werken actief aan een verhouding van 4:1. Dat betekent vier positieve bekrachtigers tegenover één correctie. Bekrachtigen gebeurt met name door het geven van complimenten gekoppeld aan gewenst gedrag.
4. Bij ongewenst gedrag volgt een duidelijke consequentie
Wanneer een leerling niet aan een gedragsverwachting voldoet, volgt een consequentie. Er is eenduidigheid binnen de school over de consequenties die gehanteerd worden bij ongewenst gedrag, zodat voor leerlingen en leerkrachten duidelijk is hoe die consequenties eruitzien.
5. School, ouders en (jeugd)zorg werken intensief samen
Een belangrijk en uniek element binnen PBS is dat een actieve samenwerking tussen school, ouders en (jeugd)zorg gestimuleerd wordt.
De school betrekt ouders op een positieve manier bij het onderwijs van hun kind. Er zijn ouderavonden om de ouders te informeren over de waarden die hun kind op school leert. Hierbij wordt ook gezamenlijk nagedacht over manieren waarop ouders zelf het positieve gedrag van hun kind thuis kunnen stimuleren. Het integreren van onderwijs en zorg helpt bij het vroeg signaleren van leerlingen en gezinnen die specifieke zorg nodig hebben en zorgt ervoor dat de juiste zorg sneller op de juiste plek geboden wordt. Ook de tussen- en naschoolse opvang kan intensief bij het PBS-systeem betrokken worden, zodat er een doorgaande lijn in de aanpak van gedrag ontstaat.
6. Beslissingen worden gemaakt op basis van geregistreerde gegevens
Het gedrag van alle leerlingen wordt schoolbreed geregistreerd en in kaart gebracht in een databasesysteem. De registratie van gedragsincidenten geeft scholen zicht op waar, wanneer, hoe laat en bij wie gedragsincidenten plaatsvinden. Deze informatie helpt scholen om gerichte beslissingen te nemen en waar nodig over te gaan tot actie op het niveau van de hele school, een groep of een individuele leerling. Ook geeft deze registratie zicht op de voortgang van de implementatie van PBS binnen de school.

Hoe ziet de invoering van PBS eruit?

De implementatie van PBS duurt gemiddeld drie jaar. Onder begeleiding van een PBS-coach wordt er een PBS-team binnen de school samengesteld. De directeur, de ib’er en een leerkracht uit de onder-, midden- en bovenbouw maken deel uit van zo’n PBS-team. Daarnaast kan iemand van het onderwijsondersteunend personeel, een ouder, iemand van het schoolmaatschappelijk werk of de buitenschoolse opvang deelnemen aan het PBS-team. Iedere school bepaalt dit zelf. Het gedragsteam speelt een essentiële rol in het implementatieproces: het stippelt, onder intensieve begeleiding van de (externe) PBS-coach, de route van het implementatieproces uit en is de ‘motor’ van PBS binnen het schoolteam.
Het eerste invoeringsjaar richt zich op het schoolbrede niveau. Het tweede jaar op het niveau van de groep en het derde jaar op het niveau van de individuele leerling en de samenwerking met ouders en zorg.
Jaarlijks krijgt het team twee PBS-scholingsdagen. Op deze dagen wordt de kennis over gedrag vergroot, worden strategieën en technieken geleerd en wordt de basis gelegd voor een eenduidige aanpak binnen de school.

PBS in Nederland

In 2009 zijn de eerste pilotscholen gestart met de invoering van PBS: vier reguliere basisscholen en een cluster-IV-school in Drenthe (begeleid door een PBS-coach van Yorneo) en drie scholen voor speciaal basisonderwijs in het Gooi (begeleid door een PBS-coach van CSO het Gooi). Dit schooljaar zijn er verspreid over het land diverse pilots gestart vanuit landelijke subsidies.

landelijk kenniscentrum SWPBS

Er is een landelijk kenniscentrum SWPBS (www.swpbs.nl) opgericht, waar vanuit de eerste PBS-coachopleiding van start is gegaan.
PBS heeft in diverse landen (o.a. in Amerika, Noorwegen, Denemarken en Zweden) grote resultaten geboekt en is bewezen effectief in het verminderen van gedragsproblemen en het verbeteren van de leerprestaties. De schoolbrede benadering van PBS zorgt ervoor dat verschillen in pedagogisch handelen binnen een schoolteam afnemen en dat alle teamleden vaardig worden in het omgaan met (moeilijk) gedrag. Voor de ambulante begeleiding vanuit cluster-IV biedt PBS mogelijkheden om systemisch
te begeleiden en zo schoolbreed de professionaliteit in het omgaan met gedrag te vergroten.
Toekomstbeeld
In 2010 heeft de Onderwijsraad een groot onderzoek laten uitvoeren naar de leerling met gedragsproblemen en de groei van het speciaal onderwijs. De raad betoogt in het advies naar aanleiding van dit onderzoek ‘dat het werken aan gedragsproblemen op school begint met sterk onderwijs door een professioneel lerarenteam. Dit gebeurt in een duidelijk gestructureerde school met heldere regels. Daarbinnen is er voldoende aandacht en ruimte voor persoonlijke relaties tussen leraren en leerlingen.
Het basiszorgaanbod voor alle leerlingen bestaat uit een helder pedagogisch- didactisch klimaat waarin gewenst gedrag wordt vastgesteld, geoefend en beloond en ongewenst gedrag genegeerd en zo nodig bestraft’. Als meest effectief wordt gezien een gelaagd zorgsysteem. SWPBS past geheel binnen deze adviezen.
Het biedt scholen concrete handvatten bij het ontwikkelen van een passend onderwijsaanbod voor leerlingen met gedragsproblemen. Meer kinderen gewoon naar school dichtbij huis wordt zo een reëel toekomstbeeld!